Opladings mechanismen.

Ontstaat bij tekort of overschot aan lading. Soorten oplading:

  • Contact oplading.
  • Inductie / influentie.
  • Thermisch.
  • Ladingoverdracht
  • Faseverandering.
  • Verneveling van vloeistoffen.

Opslag of accumulatie van lading.

Dit ontstaat als lading niet weg kan komen. Weerstand naar aarde is dan veelal 10^6Ω tot 10^8 Ω en/of een soortelijke volumeweerstand van 10^8Ω.m of een oppervlakteweerstand van >10^10Ω. Voor organische poeders zijn soortelijke weerstanden van 10^108Ω.m tot 10^128Ω.m mogelijk.  Soorten van accumulatie:

  • Slechte geleiders zowel vaste stoffen als vloeistoffen.
  • Slecht geleidende platen (kunststoffen) van <8mm dikte.
  • Geïsoleerde geleiders vast en/of vloeistof.
  • Gassen en/of dampen  waarin druppels of deeltjes.

Electrostatische ontladingen.

Accumulatie van lading veroorzaakt een elektrisch veld. Als een slechte geleider zijn isolerende eigenschappen verliest dan spreken we van “doorslagveldsterkte”. Voor lucht en VOS/lucht mengsels is dit ~3.10^6 V.m.
Soorten ontladingen:

  • Vonkontladingen, energie-inhoud:.100mJ tot 1000mJ.
  • Glij-ontladingen, energie-inhoud: ~1000mJ.
  • Corona ontladingen, energie-inhoud: tot ~5mJ.
  • Stortkegelontladingen, energie-inhoud: 10mJ tot 25mJ.

Voor ontstekingsgevoelige materialen en gas- en damp-luchtmengsels zijn vrijwel alle elektrostatische ontladingen gevaarlijk, voor stof-luchtmengsels eigenlijk alleen de eerste 2 en de laatste.

Gevaren van vaste stoffen.

Hierbij gaat het meestal om korrel- dan wel poedervormige stoffen.  Voor explsoies van deze stoffen moeten 4 elementen aanwezig zijn te weten: brandstof, ontstekingsbron, zuurstof en turbulentie. Bij poeders van onbekende samenstelling rekent men veiligheidshalve met een concentratie van 20gr/m³. De deeltjesgrootte is voor de explosiviteit van belang waarbij korrelgrootten <400µm tot explosiviteit kan leiden.
Te verwachten gevaren:

  • Stofexplosies, afhankelijk van minimale ontstekingsconcentratie en -energie.
  • Explosie van hybride mengsels, dit zijn poedervormige stoffen in een brandbaar gas-/dampmengsel.
  • Reacties die temperaturen en concentraties brandbaar  materiaal laten toenemen.
  • Statische oplading door transport en/of bewegingen in de ruimste zin.
  • Bewerkingen zoals: mengprocessen, maalprocessen en zeefprocessen.
  • Filterinstallaties , ventilatoren enzovoorts.
  • Processen met meerfasige systemen.

Gevaren van vloeistoffen.

Bij vloeistoffen is  in feite de damp en/of de vloeistof-luchtverhouding(verneveling) belangrijk voor de explosiviteit. Daarbij zijn vonken of andere ontstekingsbronnen die tijdens bewerkingen kunnen optreden in combinatie met de stof en de zuurstof uit de lucht de benodigde ingrediënten voor een explosie. Zuivere vloeistoffen met een geleidbaarheid  van ≤50pS/m kunnen al een gevaarlijk oplading veroorzaken. Mengsels en/of verontreinigingen zijn niet proportioneel met de mengverhouding. Gevaarlijke processen bij vloeistoffen kunnen zijn:

  • Vloeistoftransport in slangen of leidingen.
  • Vul-, opslag- en los-processen.
  • Filterprocessen.
  • Verneveling of andere oppervlakte-volume ratio verhogende handelingen.
  • Roeren en mengen.
  • Handelingen waarbij elektrostatische lading uitgewisseld kan worden.
  • Handeling van gewone en/of viskeuze vloeistoffen.

Gevaren van gassen en dampen.

Gassen zijn nauwelijks elektrostatisch oplaadbaar. Echter kunnen deeltjes in een gas daardoor lading accumuleren en als de lading hoog genoeg is een vonk doorslag veroorzaken. Als het dan om een brandbaar gas-luchtmengsel gaat, zal een explosie mogelijk zijn. De gevaren kunnen zijn:

  • Elektrostatische oplading.
  • Door verstuiving veroorzaakte oplading.
  • Condensatie als gevolg van expansie van gassen.
  • Drukgolven in gassen.

« Terug naar Ontstekingsbronnen volgens EN 1127-1